Westerwolds Lied uit de tijd van de werkverschaffing

Harrie Ruben uit Woldendorp zond ons dit lied dat hij vond ik een schrift van zijn moeder.

’t Westerwoldsche lied

Ver van huis van vrouw en kind’ren
Op het Westerwoldsche grond
Moet de werkman zwoegen slaven
Daar zingt hij zijn werkmanslied

Onder ’t knot van dominee Buiskool
En de vloek van Berenbroek
En de hele kapitale bende
Heeft hij daar een gruwelijk lot

Aan de rand van zand en heide
In de heetste zonneschijn
In een vlaag van wind en regen
Krimpt hij daar zo in van pijn

Dan krijgt hij z’n laatste maaltijd
Worst en bonen altijd weer
Knorrend gierend als het varken
Ligt hij daar in ’t hok terneer

’s Avonds om een uur of negen
Dan legt hij zijn lichaam neer
’s Morgens bij het vroeg ontwaken
Doen hem al zijn leden zeer

Want hij wentelde en zuchtte steeds
Denkt aan vrouw en zijn gezin
Die in armoe achterbleven
Want er komt geen geld meer in

Kind’ren vragen steeds om voedsel
Moeder drukt het hart van pijn
Vader balt de vuisten samen
Want er zou geen werk meer zijn

Uit de oude rotte veste
Van de oude maatschappij
Willen wij een nieuwe bouwen
Dan is ieder mensch weer vrij

De laatste twee regels worden bij het zingen steeds herhaald (bis).


https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-drijver-jan-buiskool

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *