Westerwolds Volkslied

Eind 19e eeuw schreef de Bellingwolder hoofdonderwijzer Tjeert Velt(1845-1910) een gedicht over Westerwolde, dat nadat men het in 1890 op muziek zette, al snel uitgroeide tot het Westerwolds volkslied.

Geboorteakte Tjeert Velt 1845:

Westerwolds Volkslied

1.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Met schoone bossen rijk getooid;
Natuur heeft daar met milde hand
Haar schoonhêen in het rond gestrooid.
Daar vormen eiken, forsch en stout
Een kerk van ongekloven hout,
Kan men die tempel binnentreên. } 2x

2.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Het is niet groot, het is niet klein,
Daar stroomt de Aa langs vrucht’bre rand:
Een zilverdraad door groen satijn.
Daar wordt door zuinigheid met vlijt
De levenstaak volbracht, gewijd,
O, daar alleen, ja, daar alleen }
Kan men Oud-Saksisch erf betreen. } 2x

3.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Daar woont een volk van oude stam
Met helder hoofd en nijv’re hand,
Naar buiten stroef, in ’t buigen stram;
Daar leeft der ouden saksen faam
Nog voort in volksaard, taal en naam,
O, daar alleen, ja, daar alleen }
Vloeit stil en werkzaam leven heen } 2x

Overlijdensakte Tjeert Velt 1910: