Oproep

( Groot) moeder Sjaan Annie ( Jan verbleef elders ) Kees

Ik ben op zoek naar mensen, die personen bijgaande foto herkennen uit de periode maart-december 1945.
Mogelijk verbleven zij in deze periode tijdelijk als evacuees/vluchtelingen in de Provincie Drenthe of aan de Oostgrens met Duitsland in de Provincie Groningen.
Hoogstwaarschijnlijk zijn grootmoeder en de kinderen ondergebracht op een boerderij. Uit het archief van het Nederlandse Rode Kruis kwam een correspondentieadres naar voren waar grootmoeder post heeft opgehaald of gebracht. Dit adres was :
J 165 te Drouwenermond.

Eén van de kinderen op de foto is mijn inmiddels overleden vader Kees. Ik heb in 2003 een boek over zijn jeugd geschreven, maar kon maar geen informatie vinden over die 9 maanden uit zijn leven. Ik heb het adres (de boerderij ) in de provincie Drenthe of Groningen waar grootmoeder en de kinderen waren ondergebracht niet kunnen vinden.
Ik kon het niet loslaten en ben dit jaar ( 2020 ) opnieuw gaan zoeken en graven naar het antwoord.

Dina Peijnenburg- Veraa ( uit Waalwijk Noord-Brabant)

Het is een allerlaatste poging om dit stukje alsnog duidelijk te krijgen.
Kunt u mij helpen, dan mag dat rechtstreeks naar mij :
hennypeijnenburg@home.nl of 0611321663.
Wilt u liever anoniem iets kwijt dan kan dat per post:
Concordialaan 21- 5223 ZL te s’-Hertogenbosch
Ik ben u dankbaar voor elke ( kleine ) informatie!

Westerwolds Volkslied

Eind 19e eeuw schreef de Bellingwolder hoofdonderwijzer Tjeert Velt(1845-1910) een gedicht over Westerwolde, dat nadat men het in 1890 op muziek zette, al snel uitgroeide tot het Westerwolds volkslied.

Geboorteakte Tjeert Velt 1845:

Westerwolds Volkslied

1.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Met schoone bossen rijk getooid;
Natuur heeft daar met milde hand
Haar schoonhêen in het rond gestrooid.
Daar vormen eiken, forsch en stout
Een kerk van ongekloven hout,
Kan men die tempel binnentreên. } 2x

2.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Het is niet groot, het is niet klein,
Daar stroomt de Aa langs vrucht’bre rand:
Een zilverdraad door groen satijn.
Daar wordt door zuinigheid met vlijt
De levenstaak volbracht, gewijd,
O, daar alleen, ja, daar alleen }
Kan men Oud-Saksisch erf betreen. } 2x

3.
Ik ken een schoon en lief’lijk land,
Daar woont een volk van oude stam
Met helder hoofd en nijv’re hand,
Naar buiten stroef, in ’t buigen stram;
Daar leeft der ouden saksen faam
Nog voort in volksaard, taal en naam,
O, daar alleen, ja, daar alleen }
Vloeit stil en werkzaam leven heen } 2x

Overlijdensakte Tjeert Velt 1910: